Rondreis Martinique en Guadeloupe – eilandhoppen tussen vulkaan, regenwoud en witte stranden

Martinique of Guadeloupe? Met deze rondreis hoef je niet te kiezen. In 14 nachten reis je over beide eilanden van de Franse Antillen – van de Caribische kust van Martinique via een korte vlucht naar het regenwoud en de vulkaan van Guadeloupe, en van daar naar de witte stranden van Grande-Terre. Twee eilanden, vier verblijven, één huurauto per eiland. Overal Frans-Caribische keuken, overal de euro in je portemonnee en overal natuur die je niet verwacht in de Caribbean.
Vanaf € 3.674 p.p.
Introductie

Waarom rondreis Martinique én Guadeloupe? – twee eilanden die elkaar aanvullen

Martinique en Guadeloupe zijn allebei Frans, allebei Caribisch en allebei groen – maar het zijn totaal verschillende eilanden. Martinique is één eiland met alles erop: vulkaan, regenwoud, zwarte en witte stranden, schilderachtige kustdorpjes en een sterk aanbod van boutique hotels in de Caribbean. Guadeloupe is een archipel in de vorm van een vlinder: het bergachtige, vulkanische Basse-Terre en het vlakke, rijk aan stranden Grande-Terre, verbonden door een strook van mangroves, met daaromheen eilandjes als Les Saintes, Marie-Galante en La Désirade.

Op Martinique zit je ’s ochtends met je voeten in het zwarte zand van Anse Noire, snorkelend naast een zeeschildpad, en ’s avonds aan een tafel boven de baai met een glas rhum vieux en een bord creatief Creools. Op Guadeloupe sta je de ene dag aan de rand van een vulkaankrater op bijna 1.500 meter hoogte en de volgende dag tot je knieën in het smaragdgroene water van een lagune vol mangroven. Dezelfde taal, dezelfde keuken, dezelfde munteenheid – maar in karakter genoeg van elkaar onderscheidend om de combinatie de moeite waard te maken. Meer over de verschillen en overeenkomsten.

Je vliegt met Air France via Paris-Charles de Gaulle naar Martinique Aimé Césaire International Airport. De reis begint op Martinique. Na zes nachten vlieg je in drie kwartier door naar Guadeloupe Maryse Condé Airport (voorheen Pôle Caraïbes). Op beide eilanden staat een huurauto klaar. De wegen zijn goed onderhouden – Frans departement met Franse infrastructuur – en de afstanden kort.

Martinique

Le Diamant en de Caribische zuidkust van Martinique – van Les Trois-Îlets tot Plage des Salines

De reis begint in het zuidwesten van Martinique, aan de Caribische kant. Zodra je de luchthaven uitrijdt en de kustweg naar Le Diamant inslaat, verandert het ritme. De weg kronkelt langs baaien waar het water zo helder is dat je de schaduw van de wolken op de zeebodem ziet. Vissersdorpjes met kerktorens die net boven de palmen uitsteken. De geur van gegrilde vis vanaf een terras aan de weg. Dit is het deel van Martinique dat je op de foto’s kent – maar in het echt heb je er ook het geluid bij, en de warmte, en die typisch Franse ochtendrituelen van vers stokbrood, knapperige croissants en sterke koffie.

Les Trois-Îlets en Pointe du Bout

Les Trois-Îlets is het startpunt voor veel bezoekers van Martinique. Het dorpje aan de Baie de Fort-de-France is de geboorteplaats van Joséphine de Beauharnais – de vrouw die later als echtgenote van Napoleon Bonaparte keizerin van Frankrijk werd. Ze groeide op als dochter van een suikerrietplanter op de suikerrietplantage La Pagerie, net buiten het dorp. Het voormalige plantageterrein is nu het Musée de la Pagerie, waar je de koloniale wortels van haar verhaal terugziet – van de ruïnes van het woonhuis tot persoonlijke brieven en portretten.

Vanaf het schiereilandje Pointe du Bout – het toeristisch hart van de zuidwestkust – vertrekken de veerboten naar Fort-de-France: twintig minuten over de baai, veel sneller dan de autorit via de ringweg. Vanaf het water zie je de hoofdstad oplichten tegen de heuvels, met de vulkaan Mont Pelée erachter. Pointe du Bout zelf heeft een jachthaven, winkeltjes, restaurants en een handvol hotels langs het water.

Het strand van Anse Mitan, op vijf minuten lopen van de aanlegsteiger, is het populairste strand aan deze kant van de baai: beschut, met kalm water, schaduw onder de palmbomen en een rij strandtentjes waar je terecht kunt voor een accras de morue (kabeljauwbeignets) en een ti punch om de middag relaxed af te sluiten.

Pittoresk

Les Anses d’Arlet, Anse Dufour en Anse Noire

Tien minuten naar het zuiden ligt Les Anses d’Arlet, het meest gefotografeerde dorpje van Martinique. De kerk, de pier, het turquoise water en de kleurrijke vissersbootjes – het beeld klopt, maar in het echt ruik je ook de gegrilde vis en hoor je het gesprek aan de bar. Grande Anse is het hoofdstrand; Petite Anse aan de andere kant van de kaap is de plek om te snorkelen langs het koraalrif.

Vijf minuten verderop liggen de tweelingbaaien Anse Dufour en Anse Noire, twee smalle strandjes naast elkaar aan de voet van een steile helling. Anse Dufour heeft licht zand – ’s ochtends vroeg liggen de kleurrijke vissersbootjes er nog. Anse Noire, direct ernaast, heeft zwart vulkanisch zand. Dat contrast – wit en zwart naast elkaar, gescheiden door een rotspunt – vind je alleen op vulkanische eilanden. Bij beide baaien komen groene zeeschildpadden grazen op het zeegras, vlak onder het wateroppervlak. Vroeg in de ochtend of vlak voor zonsondergang is de kans het grootst.

Historie

Rocher du Diamant, Mémorial Cap 110 en de kustdorpjes

Le Diamant wordt gedomineerd door de Rocher du Diamant – een rotseiland van 175 meter hoog dat voor de kust uit zee oprijst. Het was ooit bezet door de Britse marine, die het omdoopten tot schip en er kanonnen op plaatste om de scheepvaart te controleren. Vandaag is het een duikplek en het herkenningspunt van de hele zuidkust. Het strand van Le Diamant strekt zich uit over drie kilometer: het langste strand van Martinique, met uitzicht op de rots.

Bij Anse Caffard staat het Mémorial Cap 110 – vijftien witte standbeelden op een heuvel boven zee, gericht naar de oceaan, ter herinnering aan een slavenschip dat hier in 1830 verging. Het is een van de indrukwekkendste monumenten van de Caribbean.

Rijd je verder langs de zuidkust richting het oosten, dan passeer je Sainte-Luce (rustig kustdorpje, beschutte stranden) en Rivière-Pilote, waar de bananenplantages beginnen. Het landschap is hier zacht en heuvelachtig, met uitzicht over de Caribische Zee.

Stranden

Le Marin, Sainte-Anne en Plage des Salines

Le Marin is het nautische hart van Martinique. De Marina du Marin – met ruim 830 ligplaatsen een van de grootste jachthavens van de Caribbean – trekt jaarlijks tienduizenden zeilers. De beschutte baai is een zogenaamde hurricane hole, van nature beschermd tegen stormen. De boulevard langs de haven zit vol scheepswinkels, barretjes en visrestaurantjes. Het is ook het vertrekpunt voor wie na deze rondreis de zeilen wil hijsen: onze zeilvakantie Grenadines, Saint Lucia, Saint Vincent & Martinique vertrekt vanuit Le Marin.

Voorbij Le Marin bereik je Sainte-Anne en de zuidpunt van het eiland. Hier liggen de witte stranden waarvoor Martinique beroemd is. Plage des Salines is het bekendste: een brede boog van wit zand met kokospalmen die tot aan het water staan, beschut door een zoutvlakte (de salines) die het strand zijn naam geeft. Cap Macré, iets noordelijker, is minder bezocht en rustiger – een strand tussen rotsen met helder water. Het contrast met de zwarte vulkanische strandjes van Anse Noire en Anse Dufour aan de westkust is opvallend: Martinique heeft beide, binnen een uur rijden van elkaar.

Vertoeven

Domaine de la Palmeraie

Op de heuvels van Le Diamant, op 800 meter van het strand en het dorpscentrum, ligt Domaine de la Palmeraie – een kleinschalig domein van 7.200 m² met zes villa’s verscholen in tropische tuinen. De architectuur combineert Caribische en Aziatische invloeden: open structuren van hout en steen, half binnen en half buiten, waardoor de grens tussen je kamer en de tuin vervaagt. Elke villa heeft een eigen zwembad of plunge pool en een volledig uitgeruste keuken. ’s Ochtends word je wakker van vogelgezang in plaats van een wekker.

Domaine de la Palmeraie is geen hotel met receptie en restaurant, maar een verzameling zelfstandige villa’s met conciërgeservice. Het ontbijt wordt aan je villa bezorgd; voor het diner kun je via de conciërge een partnertraiteur laten bezorgen of je rijdt naar een van de restaurantjes in Le Diamant. Het is het soort plek waar de dagen vanzelf een ritme krijgen: ’s ochtends de kust verkennen, ’s middags bij je zwembad, ’s avonds tafelen in het dorp.

Martinique

Le François en het tropische noorden – Fonds Blancs, vulkaan en het wildste stuk Martinique

Van Le Diamant naar Le François rijd je in veertig minuten dwars over het eiland. De weg klimt eerst door de heuvels boven Rivière-Pilote – bananenplantages aan weerszijden, de bladeren zo groot als parasols – en daalt dan af naar de Atlantische kust. Het licht verandert. De beschutte Caribische kant met zijn stille baaien maakt plaats voor een opener landschap: branding, wind, en een baai vol kleine eilandjes die als groene stippen in het water liggen.

Het tweede deel van Martinique brengt je naar de Atlantische kant en het groene noorden. Dit is waar het eiland een ander gezicht laat zien: de pittoreske kustdorpjes van het zuidwesten maken plaats voor een ruwer landschap van vulkaanflanken, regenwoud en rivieren. De wind is hier sterker, de golven hoger, en de lucht is vochtiger. Vanuit Le François – met zijn beschutte baai vol eilandjes – verken je zowel de Fonds Blancs als het hele noorden: Fort-de-France, de botanische tuin, de Route de la Trace en uiteindelijk de vulkaan zelf.

Martinique verrast in alle opzichten; van het tropische noorden met de vulkaan en voormalige hoofdstad Saint-Pierre tot het idyllische zuiden met witte zandstranden en het fotogenieke dorpje Les Anses d'Arlet.
Niek Rouw Bay Travel
Niek Rouw – Caribbean Travel Designer
Rum

Baignoire de Joséphine en Habitation Clément

De baai van Le François is bezaaid met kleine eilandjes (îlets) en ondiepe zandbanken midden in zee – de Fonds Blancs. De beroemdste is de Baignoire de Joséphine, vernoemd naar keizerin Joséphine de Beauharnais (geboren in Les Trois-Îlets op Martinique). Je vaart er met een bootje naartoe en staat tot je knieën in warm, helder water midden in de oceaan, met een glas rum punch in de hand.

Op een steenworp van Le François ligt Habitation Clément, een van de meest bezochte culturele plekken van Martinique. Sinds 1887 wordt hier rhum agricole geproduceerd – rum gedistilleerd uit vers geperst suikerrietsap, wat een droger en aromatischer karakter geeft dan de meeste Caribische rums. Het landgoed combineert de distilleerderij met een botanische tuin van zestien hectare – mahoniebomen, koninklijke palmen en een grasveld zo verzorgd dat het bijna Engels aandoet – en een galerie voor hedendaagse kunst in de gerestaureerde plantagewoning.

Atlantisch

De Route de la Trace – Fort-de-France, Jardin de Balata en Saint-Pierre

Vanuit Le François verken je het hele noorden van Martinique in een grote lus. De heenweg voert naar het westen. Fort-de-France is een half uur rijden – de hoofdstad van Martinique en de grootste stad van de Franse Antillen. De overdekte marché couvert is de plek waar je ’s ochtends tussen de specerijen, het tropisch fruit en de verse vis loopt terwijl de verkopers je aanspreken in Frans-Creools. De polychrome Bibliothèque Schoelcher – ooit per onderdelen verscheept vanuit Parijs na de Wereldtentoonstelling van 1889 en hier steen voor steen weer opgebouwd – is een van de opvallendste gebouwen van de Caribbean. Fort Saint-Louis bewaakt de baai. Het is een stad die je in een halve dag proeft, maar die je bijblijft.

Ten noorden van de stad klimt de weg de vulkaanflanken op naar Jardin de Balata – een van de mooiste botanische tuinen in de Caribbean met loopbruggen door de boomkruinen, waar je op ooghoogte tussen kolibries en heliconias loopt. Jardin de Balata is het beginpunt van de Route de la Trace (N3), de bergweg die langs de Pitons du Carbet (vijf vulkaantoppen, UNESCO Werelderfgoed sinds 2023) door het regenwoud slingert naar de noordwestkust. De weg wordt smaller, het groen wordt dichter, en op de hoogste stukken hangt de mist tussen de bamboe als een gordijn dat niet helemaal opengaat.

Daar ligt Saint-Pierre, ooit de welvarendste stad van de Franse Antillen, in twee minuten verwoest door een pyroclastische stroom van Mont Pelée op 8 mei 1902. Het Musée Volcanologique toont versmolten objecten uit die dag. Boven de stad groeien de suikerrietvelden van Distillerie Depaz op vulkanische grond – een van de fraaiste plekken op het eiland om rum te proeven. Wie de hele dag heeft, rijdt door naar Le Prêcheur en Habitation Céron (een plantagetuin uit 1658 met een zamana regenboom van 350 jaar) en wandelt naar Anse Couleuvre – zwart vulkanisch zand tussen dicht begroeide kliffen.

Atlantisch

De terugweg – via Le Morne Rouge en de noordoostkust naar Tartane

De terugweg naar Le François hoeft niet via dezelfde route. Rijd vanuit Saint-Pierre naar Le Morne Rouge – de hoogstgelegen gemeente van Martinique, aan de voet van de vulkaan – en steek het eiland over naar de Atlantische noordoostkust. Het landschap van de weelderige vulkaanflanken maken plaats voor bananenplantages en een kustlijn waar de branding op donkere rotsen slaat. Je passeert Sainte-Marie, Le Marigot en Le Lorrain – slaperige vissersdorpjes waar het tempo een paar versnellingen lager ligt. 

In Sainte-Marie ligt het Musée de la Banane op Habitation Limbé: een botanische tuin vol bananenvariëteiten, met proeverij en een Creools lunchrestaurant – een goede tussenstop om te begrijpen waarom de banaan naast rum de economische ruggengraat van Martinique is.

Bij La Trinité sla je af naar de Presqu’île de la Caravelle: een natuurreservaat met droog tropisch bos, de ruïnes van het 18e-eeuwse Château Dubuc en de Phare de la Caravelle – de hoogstgelegen vuurtoren van Frankrijk, op 162 meter boven zee. Tartane, het vissersdorp aan de voet van het schiereiland, is de plek voor een late lunch met verse vis voordat je in een half uur terugrijdt naar Le François. In één ronde heb je vulkaan, regenwoud, koloniale geschiedenis, zwarte stranden, vissersdorpjes en een natuurreservaat gezien – een voorproefje van Basse-Terre, maar dan op Martinikaanse schaal.

Vertoeven

Hotel Plein Soleil

Op de heuvel Pointe Thalémont boven Le François, op een domein van 8.000 m² met uitzicht over de Atlantische baai en de eilandjes, ligt Hotel Plein Soleil. Een viersterren boutique hotel met zestien kamers verdeeld over vijf kleine villa’s in een tropische tuin. De Chambre Master Pool, de Suite Jardin en de Suite Duplex hebben elk een eigen plunge pool.

Het restaurant van Plein Soleil is ingericht als table d’hôte: een dagelijks wisselend menu bereid door chef Sandjy Réyal, onderscheiden met de Gault & Millau-prijs voor Chef van het Jaar (Antillen, 2020). De keuken is creatief Creools: lokale vis, seizoensgroenten, technieken die Frans en Caribisch combineren. Het ontbijt is huisgemaakt, kleurrijk en hartig.

’s Avonds, als de zon achter de heuvels zakt en de eilandjes in de baai donkere silhouetten worden, is het terras van Plein Soleil de plek waar je het beste van Martinique in één beeld samenvat.

Guadeloupe

De oversteek naar Guadeloupe – Basse-Terre, de groene vleugel van de vlinder

Na zes nachten op Martinique vlieg je in drie kwartier naar Guadeloupe. De vlucht vertrekt vanaf Martinique Aimé Césaire International Airport en landt op Guadeloupe Maryse Condé Airport bij Pointe-à-Pitre. Je huurauto staat klaar. 

Wat je vanuit het vliegtuigraampje ziet, geeft een voorproefje: Guadeloupe is geen eiland maar een archipel, de twee vleugels van de vlinder gescheiden door een smalle strook water en mangrove, met daaromheen kleinere eilandjes die als losse puzzelstukjes in de oceaan liggen. Vanaf de luchthaven rijd je in twintig minuten naar Petit-Bourg, centraal aan de oostkust van Basse-Terre – je uitvalsbasis voor de komende vijf nachten.

Op Guadeloupe verandert alles. Waar Martinique de afwisseling biedt tussen natuur, strand en stad, voelt Basse-Terre als een eiland waar de natuur nog grotendeels de baas is. Het westelijke vlindereiland is één massief vulkanisch gebergte, bedekt met tropisch regenwoud zo dicht dat het zonlicht de bodem nauwelijks bereikt, doorsneden door rivieren die watervallen vormen van tientallen meters hoog. 

Hier ligt het Parc National de la Guadeloupe – het enige nationale park in de Franse Antillen. En aan de westkust zijn de stranden zwart van het vulkanische zand – hetzelfde contrast als bij Anse Noire op Martinique, maar hier op grotere schaal. Vanuit Petit-Bourg bereik je alles: de vulkaan in het zuiden, de watervallen in het westen, de stranden van Deshaies in het noorden – niets is meer dan een uur rijden.

Basse-Terre

La Soufrière – via Trois-Rivières naar de hoogste vulkaan van de Kleine Antillen

De rit van Petit-Bourg naar La Soufrière voert over de oostkust van Basse-Terre naar het zuiden – een uur rijden langs bananenplantages, riviertjes en dorpjes die steeds kleiner worden naarmate het berglandschap opdoemt. Bij Capesterre-Belle-Eau maak je een korte omweg voor de Allée Dumanoir – ruim een kilometer lang, aan weerszijden afgezoomd met vierhonderd koningspalmen, geplant rond 1850. De weg loopt nu parallel aan de nieuwe rijksweg; je hebt de laan voor jezelf, en het licht dat door de palmbladeren valt maakt er ’s ochtends een van de mooiste stukken asfalt van de Caribbean van.

Voorbij Capesterre-Belle-Eau bereik je Trois-Rivières, de vertrekhaven voor de veerboten naar Les Saintes. Vlak bij de kade ligt het Parc Archéologique des Roches Gravées – een tuin met meer dan twintig rotsblokken waarop de Arawak-indianen zo’n 1.700 jaar geleden ruim 230 figuren graveerden. De toegang is gratis; ga ’s ochtends als het schuine licht de graveringen het scherpst laat uitkomen.

Voorbij Trois-Rivières passeer je Vieux-Fort – het meest zuidelijke puntje van Basse-Terre Le Phare du Vieux-Fort, een vuurtoren en uitzicht over Les Saintes – en klimt de weg naar Saint-Claude, de deftige villawijk aan de voet van de vulkaan. Hier begint het echte klimmen.

La Grande Soufrière (1.467 meter) is de hoogste top van de Kleine Antillen en de motor achter het landschap van Basse-Terre. De beklimming start bij de Bains Jaunes – warmwaterbronnen op 950 meter hoogte, waar je na de wandeling je spieren laat ontspannen in natuurlijk warm water tussen de varens. Vanaf daar voert het pad in anderhalf tot twee uur naar de top, door regenwoud dat geleidelijk opener wordt. Het laatste stuk gaat over kaal vulkanisch gesteente langs stoomopeningen die ruiken naar zwavel.

Vanaf deze hoogte zijn een gasmasker verplicht, evenals een ervaren gids. Als je eenmaal boven staat en de wolken even wijken, kijk je uit over de hele archipel – Basse-Terre en Grande-Terre als de twee vleugels van de vlinder, de eilandjes eromheen, de Caribische Zee aan de ene kant en de Atlantische Oceaan aan de andere.

Watervallen

Chutes du Carbet en de westkust – van de vulkaan via Vieux-Habitants naar Réserve Cousteau

Vanaf de vulkaan daal je af naar de Chutes du Carbet – drie watervallen aan de oostflank van La Soufrière, gevoed door het regenwater dat via de vulkaanflanken naar beneden stroomt. De tweede waterval – 110 meter vrije val in een basin omgeven door varens en rotsen – is de meest bezochte en bereikbaar via een wandelpad van een uur. De eerste (115 meter) vereist een langere, steilere tocht door dicht regenwoud. Je hoort ze al voordat je ze ziet: het geluid van vallend water draagt ver in de stilte van het bos.

Van de watervallen rijd je naar de Caribische westkust, de Côte-sous-le-Vent. Je passeert de stad Basse-Terre – de bestuurlijke hoofdstad van Guadeloupe, kleiner en stiller dan Pointe-à-Pitre, met het koloniale Fort Delgrès boven de baai. Dan volgt Vieux-Habitants, de oudste nederzetting van Guadeloupe (1636). Op de heuvels boven het dorp, in de vallei van de Grande Rivière, ligt Habitation La Grivelière – de laatste actieve koffieplantage van de Caribbean, negentig hectare groot en beschermd als Monument Historique sinds 1987. Het domein ondergaat momenteel een grondige renovatie en is tijdelijk gesloten.

Voorbij Vieux-Habitants bereik je Bouillante, halverwege de westkust. Hier ligt de Réserve Cousteau – een van de beste snorkel- en duikplekken van de Caribbean. De Îlets Pigeon, twee kleine eilandjes vlak voor de kust, zijn omringd door koraalriffen, zeeschildpadden en tropische vis. Van januari tot april trekken bultrugwalvissen door het kanaal tussen Guadeloupe en Dominica; bootexcursies vanuit Bouillante brengen je op een veilige afstand.

De terugweg naar Habitation Saint Charles voert via de Route de la Traversée – de weg die je de volgende dag vanuit de andere richting verkent.

Natuur

Jardin de Valombreuse, Route de la Traversée en Pointe-Noire – dwars door het regenwoud

De tweede dagtocht begint rustig. Op tien minuten rijden van het hotel ligt de Jardin de Valombreuse – een botanische tuin van vijf hectare met een van de rijkste plantencollecties van Guadeloupe, het levenswerk van Magguy Chaulet die het terrein na orkaan Hugo (1989) ombouwde tot een botanisch park. Meer dan vijfhonderd plantensoorten, honderdvijftig palmsoorten, Caribische flamingo’s, rode ibissen en ara’s. Het elektrische treintje Valombreuse Express rijdt met audiocommentaar door de tuin – een rustige ochtend voordat het avontuur begint.

Vanuit Valombreuse pik je de Route de la Traversée (D23) op – de enige weg dwars over Basse-Terre, van de oostkust naar de westkust door het hart van het Parc National. Het is de rit waar iedereen over praat als ze thuiskomen. Het wegdek slingert tussen reusachtige boomvarens door die zo hoog zijn dat ze een tunnel vormen, de lucht is vochtig en tien graden koeler dan aan de kust, en het bladerdak sluit zich boven je hoofd alsof het bos de weg wil terugclaimen.

De eerste stop is de Cascade aux Écrevisses – een waterval van vijftien meter, bereikbaar via een kort pad van tien minuten. Het is de toegankelijkste waterval van het eiland, en op rustige ochtenden hoor je alleen het water en de vogels.

Verderop langs de route passeer je de Maison de la Forêt, het bezoekerscentrum van het nationale park met korte wandelpaden door het regenwoud, en het Parc des Mamelles – een dierentuin in de boomkruinen met loopbruggen op twintig meter hoogte, waar je oog in oog staat met wasberen, leguanen en lori’s.

Waar de weg de westkust bereikt, ligt Pointe-Noire – het ambachtsdorp van Guadeloupe, vernoemd naar de donkere vulkanische rotsen voor de kust. De Maison du Cacao is een klein museum met cacaotuin waar je het proces van boon tot chocolade volgt en proeft – van de cabosses (cacaovrucht) aan de boom tot het eindproduct in je hand. Even ten zuiden van het dorp ligt de Saut d’Acomat – een waterval van negen meter met een natuurlijk turquoise zwembad aan de voet, verscholen in het regenwoud. Na een ochtend in de auto is dit de plek om het water in te gaan.

Kustroute

Deshaies en Sainte-Rose – Death in Paradise, donkere stranden en de lagune

Vanuit Pointe-Noire rijd je de kust op naar Deshaies – het kleurrijke vissersdorpje dat bekend werd als filmlocatie van Death in Paradise. De haven met zijn felgekleurde vissersbootjes, het barretje aan de kade, de kerk op de heuvel – het beeld klopt, en de sfeer ook. De Jardin Botanique de Deshaies – zeven hectare tropische tuin op het voormalige landgoed van de Franse komiek Coluche, met meer dan duizend plantensoorten, lori’s, flamingo’s en een panoramisch restaurant boven een waterval – ligt net boven het dorp.

Maar het zijn de stranden die je hier verrassen. Plage de Grande Anse is het breedste strand van Guadeloupe: een diepe boog van goudkleurig zand, ingesloten door steile groene heuvels die tot aan het water reiken, met kalm turquoise water. Anse de la Perle, iets noordelijker, is intiemer – een smaller lint van zand tussen rotsen en stranddruiven, waar je ’s middags vaak alleen bent. Wie denkt dat witte stranden per definitie mooier zijn, wordt hier van gedachten veranderd.

De terugweg loopt via Sainte-Rose aan de noordkust van Basse-Terre – en dat is meer dan alleen de weg naar huis. Sainte-Rose is de vertrekhaven voor bootexcursies naar het Grand Cul-de-Sac Marin: de beschutte lagune van meer dan 15.000 hectare tussen Basse-Terre en Grande-Terre, beschermd als UNESCO biosfeer reservaat. Vanuit de haven van Sainte-Rose vaar je in een halve dag door de mangroves naar onbewoonde zandeilandjes als Îlet Blanc, Îlet Caret en Îlet la Biche – eilandjes waar je tot je knieën in helder water staat, omringd door niets dan mangroven en horizon.

Onderweg snorkel je boven koraalriffen en een scheepswrak, en passeer je het Îlet aux Oiseaux waar fregatvogels, pelikanen en sterns nestelen. Het is een van de indrukwekkendste halve dagen van de hele reis – en een goede reden om een derde dag op Basse-Terre vrij te houden.

Vertoeven

Habitation Saint Charles

Centraal op Basse-Terre, in Petit-Bourg aan de oostkant, ligt Habitation Saint Charles – een viersterren hotel op een voormalig plantagedomein, omringd door weelderig tropisch groen langs een riviertje. 

Er zijn acht bungalows met terras en eigen zwembad, negen hotelkamers, drie suites royales en drie villa’s voor grotere groepen. De ligging is strategisch: twintig minuten van de luchthaven, en niet meer dan een uur van elke plek op het eiland – van La Soufrière en de watervallen tot de stranden van Deshaies.

Bij La Table Saint Charles kookt de chef verfijnde Creoolse keuken met verse, lokale producten. De Rhumerie-bar serveert een uitgelezen selectie Antilliaanse rums en cocktails. Er is een spa (Les Alizés) en een fitnessroute door de tuin.

Basse-Terre heeft zoveel te bieden; talloze watervallen, botanische tuinen, een actieve vulkaan en Grande-Terre laat je van al die indrukken bijkomen op de spierwitte zandstranden in Sainte-Anne.
Mattijs Baijens Bay Travel
Mattijs Baijens – Caribbean Travel Designer
Grande-Terre

Grande-Terre – de andere vleugel van de vlinder

Van Petit-Bourg naar Sainte-Anne rijd je in drie kwartier over de Rivière Salée – de smalle mangrovestrook die Basse-Terre en Grande-Terre verbindt. Aan de linkerkant glinstert het Grand Cul-de-Sac Marin, de lagune die je vanuit Sainte-Rose al per boot hebt verkend. Aan de rechterkant verdwijnt het regenwoud uit je achteruitkijkspiegel. En dan, alsof iemand een schakelaar omzet: vlak land, suikerrietvelden tot aan de horizon, een hemel die ineens twee keer zo groot lijkt. Je bent op Grande-Terre, de andere vleugel van de vlinder – en het voelt als een ander eiland.

Na vijf nachten op Basse-Terre heb je regenwoud, vulkaan en watervallen in je benen. Nu is het tijd voor het grote contrast. Het bergachtige regenwoud met zijn donkere stranden maakt plaats voor vlak land onder een wijde hemel: suikerrietvelden tot aan de horizon, kalksteenkliffen langs de noordkust en aan de zuidkant de witte stranden waarvoor Guadeloupe beroemd is. Waar Basse-Terre de natuur van de vulkaan is, is Grande-Terre het Guadeloupe van het strand, de rum en de Creoolse dorpscultuur.

De eerste plek die je passeert is Pointe-à-Pitre, de economische motor van Guadeloupe, aan de Rivière Salée tussen beide eilanden. Het Mémorial ACTe – het Caribische centrum voor de herinnering aan slavernij en de slavenhandel – is een van de indrukwekkendste musea van de regio; het gebouw zelf, met zijn zilverkleurige wortels die uit de grond lijken te groeien, is al een bezoek waard. De overdekte marché de la Darse verkoopt specerijen, tropisch fruit en verse vis. Een ochtend in Pointe-à-Pitre voordat je doorreist naar de stranden is goed besteed – daarna rijd je in twintig minuten naar Le Gosier en de zuidkust.

Stranden

Le Gosier, Sainte-Anne en Saint-François – de witte zuidkust

De kustweg van Le Gosier naar Saint-François – drie kwartier rijden met altijd de zee in zicht – is het Grande-Terre dat je van de foto’s kent. Le Gosier is de levendigste badplaats van Guadeloupe: overdag het stadsstrand met uitzicht op het îlet du Gosier (een eilandje met vuurtoren, bereikbaar per bootje), ’s avonds een boulevard vol terrasjes waar je om elf uur ’s avonds nog een ti punch bestelt alsof de avond net begonnen is.

Voorbij Le Gosier verandert het zand van crème naar wit en wordt het water steeds ondieper en turquoiser. Sainte-Anne is het stranddorp van Grande-Terre: marktjes, restaurantjes en een sfeer die lokaler voelt dan de resorts in Le Gosier. De stranden in de omgeving behoren tot de mooiste van Guadeloupe: Plage de Bois Jolan – beschermd door een koraalrif, met smaragdgroen water dat overgaat in mangroven – ligt op 700 meter van Le Relais du Moulin. Plage de la Caravelle, iets westelijker, is het strand dat je van Instagram kent.

Saint-François, nog een kwartier verder, is kosmopolitischer: een jachthaven, een golfbaan en de restaurants die het avondprogramma van Grande-Terre bepalen. Vanaf hier vertrekken de boten naar La Désirade – een langgerekt, dunbevolkt eiland dat zich leent voor een dagtocht met snorkelen, hiken en vers gevangen vis. Tussen de dorpjes liggen de suikerrietvelden die het landschap van Grande-Terre tekenen. Bij Le Moule, aan de Atlantische oostkust, ligt Distillerie Damoiseau, de grootste rumdistilleerderij van Guadeloupe, met rondleidingen en proeverijen.

Cliffhanger

Pointe des Châteaux, de noordkust en Grand Cul-de-Sac Marin – het rondje Grande-Terre

Een dagtocht die je het hele eiland laat zien. Vanuit Saint-François rijd je naar de uiterste oostpunt: Pointe des Châteaux, een ruige kaap van kalksteenrotsen waar de Atlantische Oceaan en de Caribische Zee elkaar ontmoeten. De wind is hier altijd aanwezig, de branding slaat tegen de rotsen en de vegetatie is laag en droog. 

Vanaf het kruis op de top zie je bij helder weer La Désirade, Marie-Galante en zelfs Dominica. Het is een korte maar steile wandeling vanaf de parkeerplaats, en op warme dagen staat er met wat geluk een lokale dame met haar kraampje die vers schaafijs verkoopt – verkoelend, zoet en precies wat je nodig hebt na de klim. Neem kleingeld mee.

Vanaf Pointe des Châteaux volg je de noordkust naar het westen – minder bezocht dan het zuiden en ruwer van karakter. Bij Le Moule surfen de lokale jongeren op de Atlantische golven. Voorbij Anse-Bertrand bereik je de kliffen van Pointe de la Grande Vigie, de noordpunt van Grande-Terre: zestig meter recht boven de oceaan, de volgende kust is die van Antigua, honderdvijftig kilometer naar het noorden.

Daaronder Porte d’Enfer, een smalle inham waar de zee met kracht tussen de rotsen naar binnen stroomt.

De terugweg naar Sainte-Anne hoeft niet via de kust. De D102 slingert door de Grands Fonds – het verrassend heuvelachtige binnenland van Grande-Terre, waar het vlakke suikerriet landschap plotseling plaatsmaakt voor steile heuveltjes, smalle dalen en verspreide Creoolse huisjes tussen bananenplanten en broodvruchtbomen. Het is een landschap dat niemand verwacht op een eiland dat van de kust zo vlak lijkt, en een van de mooiste routes van Guadeloupe.

Het Grand Cul-de-Sac Marin – de lagune die je vanuit Sainte-Rose per boot hebt verkend – is ook zichtbaar vanaf de noordkant van Grande-Terre, waar de twee eilanden bijna tegen elkaar aanliggen. Wie de bootexcursie vanuit Sainte-Rose heeft overgeslagen, kan alsnog per kajak vanuit Vieux-Bourg of Morne-à-l’Eau de mangroves in.

Vertoeven

Le Relais du Moulin

Bij Sainte-Anne, in een tropische tuin met een authentieke windmolen uit 1843 (beschermd als monument historique), ligt Le Relais du Moulin – een viersterren hotel met zestig kamers, sommigen met eigen jacuzzi. De molen zelf, ’s avonds verlicht, herbergt een bibliotheek over de geschiedenis van Guadeloupe en wisselende kunstexposities. Het is een overblijfsel van de suikerriet periode die het landschap van Grande-Terre tot op de dag van vandaag vormgeeft.

Het semi-gastronomische restaurant Le ZAMANA – vernoemd naar de regenboom, de iconische boom van de Franse Antillen – serveert internationale keuken met Caribische accenten. De Tipsy Bar is de plek voor cocktails en tapas bij het zwembad. Er is een spa met hammam, stoombad en behandelkamers. Plage de Bois Jolan, een van de mooiste stranden van Grande-Terre, is bereikbaar via een schaduwrijk pad van tien minuten lopen.

Hier eindigt de rondreis. Vanaf Guadeloupe Maryse Condé Airport – een half uur rijden van het hotel – vlieg je via Paris-Charles de Gaulle terug naar Amsterdam. Twee eilanden, vier verblijven, veertien nachten – en het gevoel dat je twee heel verschillende reizen in één hebt gemaakt.

Wat zit er in deze rondreis Martinique en Guadeloupe?

Samenvatting
  • Verblijf in Domaine de la Palmeraie, Le Diamant, Martinique – villa’s met eigen zwembad in tropische tuin, conciërgeservice
  • Verblijf in Hotel Plein Soleil, Le François, Martinique – boutique hotel met gastronomisch restaurant (Gault & Millau) boven de Atlantische baai
  • Verblijf in Habitation Saint Charles, Petit-Bourg, Guadeloupe – viersterren hotel op plantagedomein met restaurant La Table Saint Charles en spa
  • Verblijf in Le Relais du Moulin, Sainte-Anne, Guadeloupe – viersterren hotel bij historische windmolen met restaurant, spa en nabij de stranden van Grande-Terre
  • Vlucht Martinique → Guadeloupe inbegrepen (circa 45 minuten)
  • Huurauto op beide eilanden inclusief alle verzekeringen, zonder eigen risico
  • Retourvlucht Amsterdam – Martinique (via Paris-Charles de Gaulle) met Air France, retour vanaf Guadeloupe (via Paris-Charles de Gaulle)
  • Mogelijkheid tot verlengen met Les Saintes of Dominica, of uitbreiden naar de rondreis Franse Antillen of de rondreis Guadeloupe, Dominica en Martinique
  • Zekerheidspakket: Vertegenwoordiging ter plaatse, bijdrage Calamiteitenfonds en bijdrage garantiefonds VZR Garant
Inspiratie

Rondreis Martinique en Guadeloupe – eilandhoppen tussen vulkaan, regenwoud en witte stranden

Deze reis is slechts één van onze vele mogelijkheden. Vertel ons je wensen, dan adviseren we je graag en combineren we ze met ons eigen exclusieve aanbod aan accommodaties die je niet allemaal op de website vindt.

14 nachten (16 dagen)
Op basis van 2 personen

Rondreis Martinique en Guadeloupe

  • Retourvlucht Amsterdam – Martinique, Guadeloupe – Amsterdam Met Air France o.b.v. Economy Class en 23kg ruimbagage p.p.
  • 3 nachten in een Villa Lodge met plunge pool Bij Domaine de la Palmeraie o.b.v. logies inclusief ontbijt, Martinique
  • 3 nachten in een Chambre Master PoolBij Hotel Plein Soleil o.b.v. logies inclusief ontbijt, Martinique
  • Inclusief huurauto Martinique Renault Clio of gelijkwaardig incl. verzekeringen
  • Vervoer tussen de eilanden Per korte vlucht
  • 5 nachten in een Chambre Deluxe Bij Habitation Saint Charles o.b.v. logies inclusief ontbijt, Basse-Terre, Guadeloupe
  • 3 nachten in een Bungalow Bij Le Relais du Moulin o.b.v. logies inclusief ontbijt, Grande-Terre, Guadeloupe
  • Inclusief huurauto Guadeloupe Renault Clio of gelijkwaardig incl. verzekeringen

Upgrade

Reis aanpassen of verlengen? Til je reisbeleving naar een hoger niveau.

€ 5.224
Piekseizoen
Kerstvakantie
€ 4.456
Hoogseizoen
Januari, februari, maart, april, juli, augustus
€ 3.674
Laagseizoen
Mei, juni, oktober, november

Je kunt alle onderdelen aanpassen. Met onze expertise matchen we jouw wensen met exclusieve accommodaties — ook die je niet op onze website vindt — zodat de reis perfect bij je aansluit.

App

Onze exclusieve Bay Travel-app

Bij elke reis die je bij ons boekt, krijg je toegang tot de Bay Travel-app. Geen papieren reisbescheiden, geen losse e-mails met vluchtgegevens – alles staat in de app.

  • Alles veilig op één plek, zodat je stress- én papiervrij kunt reizen
    Je volledige reisschema, van vertrek tot thuiskomst. Vluchttijden, accommodatiegegevens, transfers en contactinformatie per eiland.
  • Onze unieke tips voor jou
    Onze eigen aanbevelingen voor restaurants, stranden en plekken die je niet in de standaard reisgids vindt. Per eiland geselecteerd op basis van meer dan twintig jaar eigen reiskennis.
  • Altijd verbonden, zelfs offline
    Download je reisgegevens vooraf. Geen wifi nodig op het strand, in het vliegtuig of onderweg tussen de eilanden.
Bay Travel App Caribbean Expert Natuur en Eco

Veelgestelde vragen over de rondreis Martinique en Guadeloupe

FAQ

Waarom Martinique én Guadeloupe combineren?

Beide eilanden zijn Frans-Caribisch, maar ze vullen elkaar aan in karakter. Martinique is compacter en gestructureerder, met sterke boutique hotels, schilderachtige kustdorpjes en de beroemdste rum van de Franse Antillen. Guadeloupe is een archipel met meer variatie: een vulkaan van bijna 1.500 meter, een nationaal park, watervallen, witte stranden en eilandjes als Les Saintes, Marie-Galante en La Désirade. Samen geven ze het volledige beeld van de Franse Antillen. Meer over de verschillen en overeenkomsten.

Het droge seizoen loopt van december tot en met mei, met temperaturen rond 27°C en weinig regen. Het natte seizoen (juni tot november) kent korte tropische buien maar is ook de periode met de laagste prijzen en de minste drukte. De zee is het hele jaar door 26-28°C. Januari tot april is het beste seizoen om walvissen te spotten bij Guadeloupe.

Per vlucht: circa 45 minuten, meerdere keren per dag, met Air France of Air Caraïbes. In deze reis is de vlucht inbegrepen.

Vanaf Amsterdam vlieg je met Air France in anderhalf uur naar Paris-Charles de Gaulle, vanuit daar vlieg je vervolgens in zo’n acht uur naar Martinique Aimé Césaire International Airport. Inclusief een korte overstap in Parijs is de totale vluchtduur zo’n 12 à 13 uur. Er zijn geen directe vluchten vanuit Nederland. Het tijdsverschil is vijf uur (in de Nederlandse wintertijd) of zes uur (in de zomertijd).

Je vliegt met Air France via Paris-Charles de Gaulle naar Martinique Aimé Césaire International Airport. De terugvlucht vertrekt vanaf Guadeloupe Maryse Condé Airport. Open-jaw vliegtickets (heen naar het ene eiland, terug vanaf het andere) zijn standaard bij deze reis.

Jazeker. Je kunt ook starten op Guadeloupe en de reis afsluiten op Martinique. Air France vliegt dagelijks via Parijs Charles de Gaulle naar zowel Guadeloupe als Martinique. Ook tussen de eilanden wordt meerdere keren gevlogen met Air Caraïbes.

Ja. Op beide eilanden is een huurauto de beste manier om te reizen. De wegen zijn goed onderhouden (Frans departement), de bewegwijzering is duidelijk en de afstanden kort. Er wordt rechts gereden. In deze reis zijn twee huurauto’s inbegrepen – één op Martinique, één op Guadeloupe. Een aantal van de mooiste routes rijd je op rustige departementale wegen, zoals de Route de la Trace op Martinique, de Route de la Traversée op Basse-Terre en de D102 door de Grands Fonds op Grande-Terre. Let op: op Guadeloupe wordt vaak verwacht dat je de huurauto gewassen inlevert, rijd dus vlak voor inlevering even langs een wasstation.

Ja. Beide eilanden zijn Franse departementen met Europese standaarden voor infrastructuur, gezondheidszorg en veiligheid. De gebruikelijke voorzorgsmaatregelen gelden, zoals overal in de Caribbean: waardevolle spullen niet zichtbaar in de auto laten liggen en na zonsondergang de gewone oplettendheid in acht nemen. Ziekenhuizen en apotheken zijn goed bereikbaar.

Nee. Beide eilanden gebruiken dezelfde stopcontacten als in Nederland en België (type C/E, twee ronde pinnen, 220 volt). Je kunt al je apparaten gewoon opladen zonder adapter.

Ja. Beide eilanden zijn Franse overzeese departementen en gebruiken de euro. Pinnen en creditcard worden overal geaccepteerd. Je belt en internet vanuit je Nederlandse databundel zonder extra kosten (EU-roaming).

Frans en Creools. In de hotels en restaurants in toeristisch gebied spreekt men vaak ook een beetje Engels, maar op het platteland en in de vissersdorpjes kom je verder met basiskennis Frans. De menukaarten, wegenkaarten en borden zijn in het Frans en Creools.

Basse-Terre is het westelijke eiland: bergachtig, vulkanisch, bedekt met tropisch regenwoud. Hier liggen de vulkaan La Soufrière, de Chutes du Carbet, het Parc National de la Guadeloupe, de Réserve Cousteau, het ambachtsdorp Pointe-Noire en de Jardin Botanique de Deshaies. Grande-Terre is het oostelijke eiland: vlak, droog, met witte zandstranden, kalksteenkliffen, suikerrietvelden en de kustdorpjes Le Gosier, Sainte-Anne en Saint-François. De twee eilanden zijn verbonden door de Rivière Salée, een smalle mangrovestrook.

Op Martinique: Plage des Salines (wit zand, kokospalmen) bij Sainte-Anne, Anse Mitan bij Pointe du Bout, Anse Dufour en Anse Noire (de tweelingbaaien met wit en zwart zand) bij Les Anses d’Arlet, en Anse Couleuvre (zwart vulkanisch zand) in het noorden. Op Guadeloupe: Plage de Grande Anse bij Deshaies (goudkleurig zand, breedste strand van Guadeloupe), Anse de la Perle (intiem vulkanisch strand), Plage de Bois Jolan bij Sainte-Anne (smaragdgroen water, koraalrif) en Plage de la Caravelle.

Rhum agricole is rum gedistilleerd uit vers geperst suikerrietsap in plaats van melasse. Martinique heeft als enige rum-producerend gebied ter wereld een AOC-keurmerk. Op Martinique proef je bij Habitation Clément en Distillerie Depaz; op Guadeloupe bij Distillerie Damoiseau en – als het domein weer open is na renovatie – bij Habitation La Grivelière in Vieux-Habitants, de laatste actieve koffieplantage van de Caribbean die ook cacao en vanille verbouwt.

Ja. Op Martinique bij Anse Dufour en Anse Noire aan de Caribische westkust – groene zeeschildpadden grazen er op het zeegras vlak onder het wateroppervlak. Op Guadeloupe bij de Réserve Cousteau (Îlets Pigeon) bij Bouillante en in het Grand Cul-de-Sac Marin. De kans is het grootst vroeg in de ochtend of vlak voor zonsondergang.

Ja. Van januari tot april trekken bultrugwalvissen door het kanaal tussen Guadeloupe en Dominica. Bootexcursies vanuit Bouillante of Deshaies op Basse-Terre brengen je op een veilige afstand.

Een beschutte lagune van meer dan 15.000 hectare tussen Basse-Terre en Grande-Terre, beschermd als UNESCO biosfeer reservaat. Vanuit de haven van Sainte-Rose vaar je in een halve dag per boot door mangroves naar onbewoonde zandeilandjes als Îlet Blanc en Îlet Caret. Onderweg snorkel je boven koraalriffen en een scheepswrak. Het is een van de indrukwekkendste excursies van de hele reis.

Ja, beide eilanden bieden uitstekende wandelmogelijkheden. Op Martinique loop je door het natuurreservaat van de Presqu’île de la Caravelle (1,5 tot 3,5 uur) en kun je de vulkaan Mont Pelée beklimmen. Op Guadeloupe is de beklimming van La Soufrière (1.467 meter, 1,5 tot 2 uur) het hoogtepunt, aangevuld met wandelpaden bij de Chutes du Carbet en langs de Route de la Traversée. Goed schoeisel is aanbevolen; technische uitrusting is niet nodig, behalve bij La Soufrière (gasmasker en gids verplicht).

Ja. De combinatie van boutique hotels met privézwembaden, gastronomische restaurants, twee eilanden met elk hun eigen karakter en de afwisseling van strand, natuur en cultuur maakt deze reis bijzonder geschikt als huwelijksreis.

Ja. Je kunt Les Saintes, Marie-Galante of La Désirade toevoegen als verlenging vanuit Guadeloupe – per ferry bereikbaar vanuit Trois-Rivières (Les Saintes) of Saint-François (La Désirade, Marie-Galante). Je kunt de reis ook uitbreiden naar Dominica via de rondreis Guadeloupe, Dominica en Martinique, of combineren met Saint Martin en Saint Barth via de rondreis Franse Antillen.

Nee. Beide eilanden zijn Frans grondgebied en onderdeel van de EU. Met een geldig Nederlands of Belgisch paspoort reis je zonder visum.

Ja. Bay Travel biedt ook de boutique Martinique vakantie, de complete reis Guadeloupe (met verblijf op alle eilanden inclusief Les Saintes, Marie-Galante en La Désirade), de natuur rondreis Guadeloupe, de Death in Paradise themareis, de rondreis Guadeloupe, Dominica en Martinique en de rondreis Franse Antillen.

Ontvang een vrijblijvend persoonlijk reisvoorstel voor jouw vakantie in de Caribbean

Boek veilig en vertrouwd

"*" geeft vereiste velden aan

1Reisgezelschap & reisperiode
2Bestemming(en) & details
3Je gegevens

Reisgezelschap

Voer een getal groter dan of gelijk aan 0 in.
Voer een getal groter dan of gelijk aan 0 in.
Voer een getal groter dan of gelijk aan 0 in.
Voer een getal groter dan of gelijk aan 0 in.

Reisperiode

DD slash MM slash JJJJ
DD slash MM slash JJJJ
Boek veilig en vertrouwd
Mattijs Baijens en Niek Rouw Bay Travel Caribbean Travel Designers
Rondreis Martinique en Guadeloupe Les Anses d'Arlet Franse Antillen
Rondreis Martinique en Guadeloupe – eilandhoppen tussen vulkaan, regenwoud en witte stranden
×