Martinique in vier boutique hotels – van Caribische kust tot vulkaanregenwoud
Martinique is het Caribische eiland waar Frankrijk en de tropen op hun best samenkomen. Een Frans overzees departement, dus je betaalt in euro’s en belt vanuit je eigen databundel – maar zodra je de luchthaven verlaat, ben je in een wereld van vulkanische bergen, regenwoud, zwarte en witte stranden en kustdorpjes die eruitzien alsof de tijd er is vergeten.
Tijdens deze boutique Martinique vakantie rijd je in 12 nachten over het hele eiland, van de Caribische zuidwestkust via de heuvels boven Fort-de-France en het ruige schiereiland Presqu’île de la Caravelle naar de Atlantische oostkust bij Le François. Vier boutique hotels, vier delen van Martinique, vier totaal verschillende sferen – maar overal diezelfde Frans-Caribische mix van goede keuken, stijlvolle inrichting en een eilandtempo dat je nergens anders vindt. Je huurauto staat klaar bij aankomst op Martinique Aimé Césaire International Airport. De wegen zijn uitstekend onderhouden (Frans departement, Franse infrastructuur) en de afstanden kort: het eiland is 65 kilometer lang.
Dit is een reis die net zo goed past bij het reisthema Boutique & Chique als bij Natuur & Eco. De hotels zijn stijlvol tot in de details, maar de omgeving is ruig, groen en vulkanisch. Dat is precies de combinatie die Martinique uniek maakt binnen de Franse Antillen.











Les Trois-Îlets en de Caribische zuidwestkust – vulkaanbaai, zeeschildpadden en het mooiste dorp van Martinique
De reis begint aan de Caribische kant van het eiland, op het schiereilandje Pointe du Bout tegenover Fort-de-France. Het water van de Baie de Fort-de-France ligt spiegelglad, de vulkaan Mont Pelée tekent zich af in de verte en de veerpont naar de hoofdstad vaart elke twintig minuten.
Les Anses d’Arlet – het vissersdorp dat je van foto’s kent
Vijftien minuten rijden naar het zuiden brengt je bij Les Anses d’Arlet, het meest gefotografeerde dorpje van Martinique. De kerk met de pier, het turquoise water, de gekleurde vissersbootjes – het beeld is er net zo mooi als op Instagram, maar in het echt ruik je de gegrilde vis en hoor je het gesprek aan de bar. Grande Anse, het hoofdstrand, loopt geleidelijk af en is kalm genoeg om zonder zorgen te zwemmen. Petite Anse, het kleinere strand aan de andere kant van de kaap, is de plek waar je snorkelt langs het koraalrif direct vanaf het strand.
Maar de echte ontdekking ligt vijf minuten verderop: de tweelingbaaien Anse Dufour en Anse Noire, twee smalle strandjes naast elkaar aan de voet van een steile helling. Anse Dufour heeft licht zand en is het vissersstrandje – ’s ochtends vroeg liggen de kleurrijke vissersbootjes er nog. Anse Noire, direct ernaast, heeft zwart vulkanisch zand ingeklemd tussen rotswanden. Beide baaien zijn een van de weinige plekken in de Caribbean waar je vrijwel zeker groene zeeschildpadden tegenkomt – ze grazen op het zeegras vlak onder het wateroppervlak. Vroeg in de ochtend of vlak voor zonsondergang is de kans het grootst. Breng snorkelspullen mee.
Rijd je door langs de zuidkust, dan passeer je achtereenvolgens Le Diamant (met het iconische eilandje Rocher du Diamant, 175 meter hoog, ooit bezet door de Britse marine) en de kustdorpjes Sainte-Luce en Rivière-Pilote – elk met eigen karakter, eigen stranden en eigen restaurantjes langs de weg.
Fort-de-France – een halve dag per veerpont
Een van de slimste dingen aan de ligging van Les Trois-Îlets: de veerpont naar Fort-de-France. In twintig minuten vaar je over de baai en stap je uit in het centrum van de hoofdstad – zonder de autorit van drie kwartier via de drukke ringweg rond de baai. Dat maakt Fort-de-France de ideale halvedagtocht vanuit Pointe du Bout.
De hoofdstad van Martinique is geen strandstad maar een werkende stad met karakter. De overdekte marché couvert verkoopt specerijen, fruit, bloemen en zelfgemaakte rum-punchflessen. De Bibliothèque Schoelcher – een polychroom ijzeren gebouw, oorspronkelijk ontworpen voor de Wereldtentoonstelling van 1889 in Parijs en daarna per schip naar Martinique verscheept – is een van de opvallendste gebouwen in de Caribbean.
De Cathédrale Saint-Louis, Fort Saint-Louis aan de baai, het standbeeld van Joséphine de Beauharnais (geboren in Les Trois-Îlets), Rue Victor Hugo met zijn winkels en parfumerieën – Fort-de-France heeft genoeg voor een ochtend of middag. Met de veerpont ben je voor het diner weer terug bij La Suite Villa.
La Suite Villa
Op de heuvel boven Pointe du Bout ligt La Suite Villa, een vijfsterren boutique hotel met uitzicht over de hele Baie de Fort-de-France. Zes suites en negen villa’s, elk met een privéjacuzzi of plunge pool op het terras. De suites kijken uit over de baai; de villa’s liggen verscholen in de tropische tuinen, met één, twee of drie slaapkamers en een eigen buitenruimte.
La Suite Villa heeft twee restaurants. O Ti Zandoli is het bistronomische restaurant waar je gerechten deelt op het terras met uitzicht op de baai. Le Zandoli is de gastronomische variant: dagelijks wisselend menu met lokale producten en natuurlijke wijnen. Beide restaurants serveren de Frans-Caribische keuken op hoog niveau, in een omgeving die de avond tot een evenement maakt.
De heuvels boven Fort-de-France – Jardin de Balata, Route de la Trace en de weg naar Mont Pelée
Vanaf Les Trois-Îlets rijd je in drie kwartier naar de heuvels boven Fort-de-France. De kustweg voert langs de baai, dan omhoog door Didier – de welgestelde villawijk van Fort-de-France, waar de Martinikaanse elite sinds het begin van de twintigste eeuw woont. Langs de Route de Didier staan monumentale koloniale en art-deco-villa’s tussen tropische tuinen met zamana’s en mahoniebomen, steeds hoger tegen de heuvel op, steeds groener en stiller. De stad ken je al van de veerpont. Nu begin je aan het deel van Martinique dat de meeste bezoekers niet zien: het tropische noorden.
Fort-de-France heb je al verkend per veerpont. Vanuit Apolline, in de heuvels van Didier, heb je de stad letterlijk onder je – maar je blik richt zich nu de andere kant op: het tropische noorden. Didier ligt op de overgang tussen de villawijk en het regenwoud, en dat merk je. De vegetatie wordt dichter, de lucht vochtiger en de bergwegen beginnen hier. Drie nachten in deze omgeving geven je de tijd om het groene hart van Martinique te verkennen: van de botanische tuin om de hoek tot de vulkaan aan het uiteinde van het eiland.
Jardin de Balata en Route de la Trace
Op 1,5 kilometer van je verblijf ligt de Jardin de Balata – een botanische tuin op een vulkaanhelling, aangelegd door de horticulturist Jean-Philippe Thoze. Meer dan drieduizend soorten tropische planten, loopbruggen door de boomkruinen en een uitzichtpunt over de baai van Fort-de-France met Les Trois-Îlets in de verte. Het is geen park met informatieborden maar een tuin die je doorkruist alsof je door een schilderij loopt.
Jardin de Balata is het beginpunt van de Route de la Trace (N3), een bergweg die door het Parc Naturel Régional de la Martinique slingert richting het noorden. De weg voert langs vulkaanflanken, bamboebossen en riviertjes. Onderweg doemen de Pitons du Carbet op – vijf vulkaantoppen dicht op elkaar, waarvan de hoogste (Piton Lacroix) 1.196 meter haalt. Het is het oudste gebergte van Martinique, ouder nog dan de Mont Pelée, en sinds september 2023 samen met de vulkaan erkend als UNESCO Werelderfgoed.
De toppen zijn bedekt met dicht tropisch bos waar bomen tot veertig meter hoog worden en boomvarens tot vijftien meter. De wandelpaden naar de toppen zijn alleen voor ervaren wandelaars (steile hellingen, slecht gemarkeerd, vaak nat), maar je hoeft niet te klimmen om de Pitons te beleven: vanaf de Route de la Trace zie je ze boven de boomkruinen uitsteken en bij Morne Piquet opent zich een panorama van 180 graden over de Mont Pelée, de Caribische Zee en de Atlantische kust.
De Route de la Trace splitst zich bij Le Morne Rouge: naar het westen richting Saint-Pierre en de Caribische kust, naar het oosten richting L’Ajoupa-Bouillon en de Atlantische kant. Beide routes zijn vanuit Apolline dagtochten.
Saint-Pierre, Le Prêcheur en Anse Couleuvre – de Caribische noordwestkust
De Route de la Trace brengt je naar de noordwestkust en Saint-Pierre, ooit de welvarendste stad van de Franse Antillen, bijgenaamd het ‘Petit Paris des Antilles’. Op 8 mei 1902 barstte de Mont Pelée uit en verwoestte een pyroclastische stroom de hele stad in twee minuten. Circa 29.000 doden. Slechts drie mensen in de stad overleefden, onder wie de gevangene Louis-Auguste Cyparis – beschermd door de dikke muren van zijn ondergrondse cel. Hij werd vier dagen later gevonden, zwaar verbrand maar levend, en toerde later met het Barnum & Bailey Circus als ‘de enige overlevende van Saint-Pierre’. Het Musée Volcanologique toont versmolten objecten uit die dag: klokken, flessen, kerkklokken. De ruïnes van het oude theater en de gevangenis staan er nog.
Aan de voet van Mont Pelée, op de hellingen boven Saint-Pierre, ligt Distillerie Depaz. De suikerrietvelden groeien op vulkanische grond, wat de rhum agricole een mineraal karakter geeft dat je nergens anders proeft. Het landgoed met het Château Depaz en het zicht op de Caribische Zee is een van de fraaiste plekken om rum te proeven op het eiland.
Voorbij Saint-Pierre rijdt de kustweg door naar Le Prêcheur, het meest noordelijke dorp aan de Caribische kant. Vlak voor Le Prêcheur ligt Habitation Céron, een voormalige suikerplantage uit 1658 die is omgebouwd tot een botanische tuin met het label ‘Jardin Remarquable’. De ster van het domein is een zamana van meer dan 350 jaar oud – verkozen tot mooiste boom van Frankrijk in 2016 – wiens kruin bijna een hectare beschaduwt. Het domein heeft ook een cacaoplantage waar ter plaatse chocolade wordt gemaakt, en een restaurant aan de rivier.
Voorbij Le Prêcheur wordt de kust ruwer en houdt de verharde weg op. Eerst passeer je Anse Céron – een breed strand met kokospalmen, direct naast Habitation Céron. Nog iets verder, bereikbaar via een korte wandeling door tropisch regenwoud, ligt Anse Couleuvre: zwart vulkanisch zand ingeklemd tussen dicht begroeide kliffen, met palmbomen die tot aan de waterlijn staan. Het is een van de mooiste en meest afgelegen stranden van de Caribbean.
Le Morne Rouge, Domaine de l’Émeraude en L’Ajoupa-Bouillon – het groene binnenland
De tweede dagtocht vanuit Apolline volgt de Route de la Trace naar het oosten. Bij Le Morne Rouge – de hoogstgelegen gemeente van Martinique, omringd door tropische bloementeelt – sla je af naar Le Domaine de l’Émeraude. Dit 25 hectare grote park, beheerd door het Parc Naturel Régional de la Martinique, is gewijd aan de biodiversiteit van de Kleine Antillen. Vier kilometer aan wandelpaden voert door tropisch regenwoud met meer dan honderd inheemse soorten, een kruidentuin met Creoolse geneeskrachtige planten en een paviljoen waar de vulkanologie en het ecosysteem van het eiland worden uitgelegd. Bij helder weer zie je Mont Pelée boven de boomtoppen uitsteken.
Vanaf Le Morne Rouge kronkelt de weg verder naar L’Ajoupa-Bouillon, een van de groenste en natste dorpjes van Martinique, verscholen in een vallei vol boomvarens en heliconia’s. Hier liggen de Gorges de la Falaise – een smalle kloof die je wadend door de rivier bereikt, begeleid door een lokale gids, tot je bij een waterval uitkomt. Het is een van de spectaculairste korte wandelingen op het eiland (1 km, circa een uur; canyoning-variant circa vier uur).
De hele route – Le Morne Rouge, Domaine de l’Émeraude, L’Ajoupa-Bouillon – voert door het groene binnenland van Martinique en brengt je niet naar de Atlantische noordoostkust. Die bewaar je namelijk voor het volgende deel van de reis: vanuit French Coco op de Presqu’île de la Caravelle verken je de kustdorpjes van Sainte-Marie tot Grand-Rivière.
Apolline
Terug in de heuvels van Didier verblijf je bij Apolline, een maison d’hôte in een Creoolse villa uit de jaren dertig. Het huis staat op een heuvelrug midden in een tropisch park van 7.000 m² met eeuwenoude zamana’s – regenbomen met brede parasolvormige kruinen die ooit werden aangeplant om plantages te beschaduwen. Het uitzicht gaat over de Baie de Fort-de-France en de Caribische Zee. Er zijn vijf suites en één extra romantische tweepersoonskamer; de Suite Private Pool heeft een eigen zwembad. De infinitypool op het terrein kijkt uit over de stad en de baai.
Bij Apolline eet je op table d’hôte-wijze: een dagmenu dat wordt bereid door een chef die speciaal voor de gasten kookt. De kaart wisselt tussen Creoolse keuken in de puurste traditie (La Baie des Flamands) en een menu dat Creoolse en Franse gastronomie combineert (Le Zamana ancestral – vernoemd naar de eeuwenoude regenboom op het terrein). Voor de lunch is er Au Soleil, een lichtere kaart in de buitenlucht. Reserveren is verplicht – er wordt op bestelling gekookt.
Presqu’île de la Caravelle – natuurreservaat, vissersdorp en het wildste stuk Martinique
De rit van Didier naar Tartane voert dwars over het eiland. Je passeert Le Lamentin (het commerciële hart), steekt de Plaine du Lamentin over en rijdt de Atlantische kust op. Het landschap verandert: de beschutte Caribische kant maakt plaats voor de open Atlantische Oceaan, met branding, wind en een ruwere kustlijn. Na veertig minuten sla je af naar het schiereiland Presqu’île de la Caravelle. Het schiereiland Presqu’île de la Caravelle steekt als een vinger uit in de Atlantische Oceaan. Het is het wildste en minst ontwikkelde deel van Martinique: een natuurreservaat met droog tropisch bos, mangroven, kliffen en vergezichten over de open oceaan. Aan de voet van het schiereiland ligt Tartane, een vissersdorp dat zijn karakter heeft behouden.Réserve Naturelle de la Caravelle, Château Dubuc en de vuurtoren
Het wandelpad door de Réserve Naturelle de la Caravelle is een van de beste dagtochten op het eiland. Het korte pad (1,5 uur) voert door mangroven en droog bos naar een uitzichtpunt over de Baie du Trésor. Het langere pad (3,5 uur) loopt door tot de punt van het schiereiland, langs de ruïnes van Château Dubuc – een 18e-eeuws plantagedomein waarvan de stenen muren, de suikermolen en de slavenverblijven nog overeind staan – en eindigt bij de Phare de la Caravelle.
Deze vuurtoren uit 1861 is bescheiden van formaat (een vierkante toren van veertien meter, baksteenrood geschilderd), maar staat op een basaltpiek op 162 meter boven zee – waarmee het de hoogstgelegen vuurtoren van heel Frankrijk is. Het is de oudste van de vier vuurtorens op Martinique, sinds 2013 beschermd als Monument Historique. Bij helder weer zie je vanaf hier Dominica liggen, veertig kilometer naar het noorden. Er staat een oriëntatietafel die de hele horizon verklaart: de Pitons du Carbet, de Baie du Trésor, de open Atlantische Oceaan.
De stranden rond Tartane zijn anders dan die aan de Caribische kant: ruiger, met meer branding en minder beschut. Anse l’Étang is het surfstrand. Plage de Tartane is het dorpsstrand waar de vissers hun boten aanleggen. De sfeer is lokaler en minder gepolijst dan aan de westkust – en dat is precies de aantrekkingskracht.
Het uiterste noorden – Grand-Rivière, Distillerie J.M. en waar de weg doodloopt
Vanuit Tartane rijd je in een uur naar het uiterste noordoosten van Martinique, waar het eiland steeds smaller, groener en stiller wordt. De eerste stop is Sainte-Marie – de geboorteplaats van de bèlè-dans en de plek waar de suikerrietindustrie begon.
Op Habitation Limbé, een voormalig plantageterrein net buiten het dorp, ligt het Musée de la Banane – een museum over de vrucht die naast suikerriet en rum de economische ruggengraat van Martinique vormt. Je wandelt door een botanische tuin met tientallen bananenvariëteiten (niet alleen de gele die je kent – rood, roze, vingerklein), leert hoe de plant groeit (een reuzengras, geen boom) en proeft bananenproducten in de winkel. Het bijbehorende restaurant La Bananeraie serveert een Creoolse lunch met – uiteraard – banaan in alle gangen. Het museum is dagelijks geopend behalve op zaterdag.
Voorbij Sainte-Marie passeer je Le Marigot, Le Lorrain en Basse-Pointe – slaperige dorpjes langs de Atlantische kust, waar de branding tegen donkere rotsen slaat en de bananenplantages tot aan de weg staan.
In Macouba, ingeklemd tussen de rivieren Roches en Macouba aan de voet van Mont Pelée, ligt Distillerie J.M. – een van de meest gerespecteerde rumdistilleerderijen van Martinique. Het domein Fonds-Préville beslaat driehonderd hectare en bestaat sinds 1790; Jean-Marie Martin (de J.M.) begon er in 1845 met distilleren. De suikerrietvelden groeien hier op de vulkaanflanken, en de canne wordt binnen een uur na het snijden geperst en gefermenteerd – sneller dan bij welke andere distilleerderij dan ook. Het resultaat is een rhum agricole met een mineraal, vulkanisch karakter. De proeverij in de boutique is gratis en de rondleiding door het distillatieproces – koperen Creoolse kolommen, fermentatievaten, de tonnellerie van kuiper Edmond – is een van de betere op het eiland.
Voorbij Macouba eindigt de kustweg in Grand-Rivière, het meest afgelegen dorp van Martinique. Hier stopt de weg letterlijk. De huizen staan met hun rug tegen het regenwoud, de vissershaven ligt ingeklemd onder groene kliffen en het gevoel is dat de weelderige natuur zo de oceaan in verdwijnt. Wie hier staat en naar het noorden kijkt, ziet bij helder weer Dominica – het ‘Nature Island’ van de Caribbean, 40 kilometer verderop. Tussen Grand-Rivière en Dominica ligt alleen open zee. De rondreis Guadeloupe, Dominica en Martinique combineert deze drie eilanden voor wie nog dieper het groen in wil.
Het is een dagtocht vanuit Tartane: ’s ochtends de kustdorpjes en de distilleerderij, lunch in Grand-Rivière met vers gevangen vis bij de haven, en ’s middags terug via dezelfde spectaculaire kustweg.
French Coco
Boven het dorp Tartane, op de rand van het natuurreservaat, ligt French Coco, een viersterren boutique hotel met zeventien suites – waarvan zestien met een eigen privézwembad dat uitkomt op een kleine, besloten tuin. De suites zijn verdeeld in vier categorieën: Ti Suite (de compactste), Suite Créole, Suite Caraïbe en de Suite Presqu’île — de ruimste, met 60 m² en een eigen terras of balkon. De inrichting combineert ruw hout, natuurlijke materialen en werk van Caribische kunstenaars.
Het restaurant van French Coco serveert wat ze zelf ‘intuïtieve Caribische keuken’ noemen: producten uit de eigen kruiden- en groentetuin, vis van lokale vissers en een kaart die wisselt met het seizoen. De chef werkt met lokale producten in gerechten die Creoolse traditie en moderne Franse technieken combineren. Het ontbijt – inclusief bij het verblijf – is uitgebreid en lokaal.
Le François en de Atlantische zuidoostkust – Fonds Blancs, rum en de mooiste stranden
Van Tartane naar Le François is een rit van veertig minuten naar het zuiden, langs de Atlantische kust. Je passeert La Trinité (de grootste stad aan de oostkust), slingert door de heuvels van Gros-Morne en daalt af naar de vlakkere zuidoostkust. Het landschap wordt zachter: suikerrietvelden afgewisseld door bananenplantages, mangroven en een beschutte baai vol kleine eilandjes.
De laatste etappe van de reis brengt je naar de Atlantische zuidoostkust, waar het eiland vlakker wordt en de baai van Le François zich opent als een binnenwater vol onbewoonde eilandjes. Dit is het Martinique van de Fonds Bblancs, de rumdistilleerderijen en de witte zandstranden – het deel van het eiland waar je de reis in alle rust laat uitklinken.
Baignoire de Joséphine en de eilandjes van Le François
De baai van Le François is bezaaid met kleine eilandjes (îlets) en ondiepe zandbanken midden in zee – de Fonds Blancs. De beroemdste is de Baignoire de Joséphine, vernoemd naar keizerin Joséphine de Beauharnais (geboren in Les Trois-Îlets), die hier volgens de overlevering kwam baden. Je vaart er met een bootje naartoe en staat dan tot je knieën in warm, helder water midden in de oceaan, met een glas rum punch in de hand. Het is kitscherig en fantastisch tegelijk – en het is een van die ervaringen die je nergens anders in de Caribbean hebt.
De eilandjes zijn ook bereikbaar per kajak of met een lokale visser die je voor een paar uur meeneemt. Sommige îlets hebben een klein strand en een restaurantje; andere zijn onbewoond.
Habitation Clément en de rum van Le François
Op een steenworp van Le François ligt Habitation Clément, een van de meest bezochte culturele plekken van Martinique. Sinds 1887 wordt hier rhum agricole geproduceerd – rum gedistilleerd uit vers geperst suikerrietsap in plaats van melasse, wat een droger, aromatischer karakter geeft. Het landgoed combineert de distilleerderij met een botanische tuin van zestien hectare en een galerie voor hedendaagse kunst in de voormalige plantagewoning. De proeverij aan het einde is inbegrepen.
Plage des Salines, Le Marin en de zuidkust
Rijd je van Le François naar het zuiden, dan bereik je in een half uur de witte stranden van de zuidpunt. Plage des Salines, bij Sainte-Anne, is het beroemdste strand van Martinique: een boog van wit zand met kokospalmen die tot aan het water staan. Cap Macré, iets noordelijker, is minder bekend en rustiger – een strand tussen rotsen met helder water.
Tussen Le François en Sainte-Anne ligt Le Marin, een onopvallend stadje met een buitenproportionele haven. De Marina du Marin is met 830 ligplaatsen en 100 boeiplaatsen een van de grootste jachthavens van de Caribbean. De baai is van nature beschut – een zogenaamde hurricane hole – en trekt jaarlijks meer dan 55.000 zeilers aan. De boulevard langs het water zit vol scheepsbenodigdheden, barretjes en visrestaurantjes waar je bij de lunch uitkijkt over een woud van masten.
Le Marin is ook het vertrekpunt voor wie na deze boutique vakantie de zeilen wil hijsen. Vanuit de haven vertrekken de catamarans naar Saint Lucia, Saint Vincent en de Grenadines – eilanden die je vanaf Martinique in één dag bereikt. Onze zeilvakantie Grenadines, Saint Lucia, Saint Vincent & Martinique vertrekt precies hier. Het is een heel andere manier om de Caribbean te beleven, maar de combinatie met een boutique rondreis over Martinique is bijzonder sterk: eerst het eiland over land, dan de eilanden over zee.
Hotel Plein Soleil
Op de heuvel Pointe Thalémont boven Le François, op een domein van 8.000 m² met uitzicht over de Atlantische baai en de eilandjes, ligt Hotel Plein Soleil. Een viersterren boutique hotel met zestien kamers verdeeld over vijf kleine villa’s in een tropische tuin. De Chambre Guest is de compactste kamer, met uitzicht op zee maar zonder zwembad. De Chambre Master Pool, de Suite Jardin en de Suite Duplex hebben elk een eigen plunge pool – de Master Pool is de meest gevraagde: ruim genoeg voor twee, met een zwembad dat uitkijkt over de baai.
Het restaurant van Plein Soleil is ingericht als table d’hôte: een dagelijks wisselend menu (twee voorgerechten, twee hoofdgerechten, twee desserts) bereid door chef Sandjy Réyal, onderscheiden met de Gault & Millau-prijs voor Chef van het Jaar (Antillen, 2020). De keuken is creatief Creools: lokale vis, seizoensgroenten, technieken die Frans en Caribisch combineren. Het ontbijt – huisgemaakt, kleurrijk, hartig – wordt geserveerd in de grote villa met het koivijver bassin en de mezzanine vol boeken. Wie het ultieme wil, boekt een drijvend ontbijt: je ontbijt wordt geserveerd in je eigen privézwembad.
Wat zit er in deze boutique Martinique vakantie?
- Verblijf in La Suite Villa, Les Trois-Îlets – vijfsterren boutique hotel met twee restaurants en uitzicht over de Baie de Fort-de-France
- Verblijf in Apolline, Didier/Fort-de-France – Creoolse maison d’hôte uit de jaren dertig in een park met eeuwenoude zamana’s, met table d’hôte en uitzicht over de baai
- Verblijf in French Coco, Tartane – boutique hotel met zeventien suites, privézwembad en restaurant op de rand van het natuurreservaat
- Verblijf in Hotel Plein Soleil, Le François – boutique hotel met gastronomisch restaurant (Gault & Millau) boven de Atlantische baai
- Dagelijks ontbijt
- Huurauto inclusief verzekeringen
- Retourvlucht Amsterdam – Martinique (via Parijs-Charles de Gaulle) met Air France
- Mogelijkheid tot upgraden kamertype, verlengen met Guadeloupe via de rondreis Martinique en Guadeloupe of combineren met de rondreis Franse Antillen
- Zekerheidspakket: Vertegenwoordiging ter plaatse, bijdrage Calamiteitenfonds en bijdrage garantiefonds VZR Garant
Boutique Martinique vakantie – vier boutique hotels van kust tot regenwoud
Deze reis is slechts één van onze vele mogelijkheden. Vertel ons je wensen, dan adviseren we je graag en combineren we ze met ons eigen exclusieve aanbod aan accommodaties die je niet allemaal op de website vindt.
Boutique Martinique vakantie
- Retourvlucht Amsterdam – Martinique via Parijs Charles de Gaulle Met Air France o.b.v. Economy Class en 23kg ruimbagage p.p.
- 3 nachten in een Suite met jacuzzi Bij La Suite Villa o.b.v. logies inclusief ontbijt, Martinique
- 3 nachten in een Junior suite Bij Apolline o.b.v. logies inclusief ontbijt, Martinique
- 3 nachten in een Suite Créole met plunge pool Bij French Coco o.b.v. logies inclusief ontbijt, Martinique
- 3 nachten in een Chambre Master Pool Bij Hotel Plein Soleil o.b.v. logies inclusief ontbijt, Martinique
- Inclusief huurauto Martinique Renault Clio of gelijkwaardig incl. verzekeringen
Upgrade
Reis aanpassen of verlengen? Til je reisbeleving naar een hoger niveau.
- Verleng of verkort je reis met een aantal dagen Kies zelf het gewenste aantal nachten
- Upgrade je kamertype voor nog meer comfort of exclusiviteit Bijvoorbeeld een luxere suite
- Dineren bij de hotels voor ultiem culinair genot Verblijf op basis van halfpension en geniet iedere avond van gastronomische hoogstandjes
- Eilandhoppen: combineer meerdere Caribische eilanden Met een verlengd verblijf op Guadeloupe via de rondreis Martinique en Guadeloupe of combineren met de rondreis Franse Antillen
Je kunt alle onderdelen aanpassen. Met onze expertise matchen we jouw wensen met exclusieve accommodaties — ook die je niet op onze website vindt — zodat de reis perfect bij je aansluit.
Onze exclusieve Bay Travel-app
Bij elke reis die je bij ons boekt, krijg je toegang tot de Bay Travel-app. Geen papieren reisbescheiden, geen losse e-mails met vluchtgegevens – alles staat in de app.
- Alles veilig op één plek, zodat je stress- én papiervrij kunt reizen
Je volledige reisschema, van vertrek tot thuiskomst. Vluchttijden, accommodatiegegevens, transfers en contactinformatie per eiland. - Onze unieke tips voor jou
Onze eigen aanbevelingen voor restaurants, stranden en plekken die je niet in de standaard reisgids vindt. Per eiland geselecteerd op basis van meer dan twintig jaar eigen reiskennis. - Altijd verbonden, zelfs offline
Download je reisgegevens vooraf. Geen wifi nodig op het strand, in het vliegtuig of onderweg tussen de eilanden.
Veelgestelde vragen over de boutique Martinique vakantie
Het droge seizoen loopt van december tot en met mei, met temperaturen rond 27°C en weinig regen. Het natte seizoen (juni tot november) kent korte tropische buien – vaak in de middag – maar is ook de periode met de laagste prijzen en de minste drukte. De zee is het hele jaar door 26-28°C. De orkaaanperiode valt officieel van juni tot november, maar Martinique wordt zelden direct geraakt.
Ja, voor deze reis is een huurauto inbegrepen en de beste manier om het eiland te verkennen. De wegen zijn goed onderhouden (Frans departement), de bewegwijzering is duidelijk en de afstanden kort: van noord naar zuid is het eiland 65 kilometer. Er wordt rechts gereden.
Alle vier verblijven hebben een eigen eetgelegenheid. La Suite Villa heeft twee restaurants (waarvan Le Zandoli gastronomisch). Hotel Plein Soleil heeft het restaurant van chef Sandjy Réyal, onderscheiden met de Gault & Millau-prijs voor Chef van het Jaar (Antillen, 2020). French Coco heeft een restaurant met creatieve Caribische keuken uit eigen tuin. Apolline biedt table d’hôte met wisselende Creoolse en Frans-Creoolse menu’s – reserveren verplicht.
Een ondiepe zandbank (Fond Blanc) midden in de baai van Le François. Je vaart er met een bootje naartoe en staat dan tot je knieën in warm, helder water midden in de oceaan. Vernoemd naar keizerin Joséphine de Beauharnais, geboren op Martinique, die hier volgens de overlevering kwam baden.
Ja. De combinatie van boutique hotels met privézwembad, gastronomische restaurants en intieme sfeer maakt deze reis uitermate geschikt als huwelijksreis. La Suite Villa en French Coco zijn het meest romantisch qua sfeer.
Ja. Guadeloupe ligt 160 kilometer noordelijker en is bereikbaar per korte vlucht (circa 40 minuten). De rondreis Martinique en Guadeloupe combineert beide eilanden. Meer over de verschillen en overeenkomsten.
Een schiereiland aan de Atlantische noordoostkust van Martinique, grotendeels beschermd als natuurreservaat. Je wandelt er door droog tropisch bos en mangroven, langs de ruïnes van Château Dubuc (18e-eeuws plantagedomein) naar de Phare de la Caravelle – de hoogstgelegen vuurtoren van Frankrijk, op 162 meter boven zee. Het wandelpad is goed gemarkeerd en begint bij de parkeerplaats aan het einde van de weg voorbij Tartane.
De Martinikaanse keuken is een mix van Franse gastronomie, Creoolse tradities, Afrikaanse invloeden en lokale ingrediënten. Typische gerechten zijn accras de morue (kabeljauwbeignets), colombo de poulet (een curry met Indiase wortels), boudin créole (bloedworst met kruiden) en court-bouillon de poisson (gestoofde vis in tomatensaus). Rum punch (’ti punch) is het nationale aperitief: witte rhum agricole, suikerrietstroop en een schijf limoen.
Ja. Le Marin, aan de zuidoostkust, heeft een van de grootste jachthavens van de Caribbean met ruim 830 ligplaatsen. De beschutte baai is het vertrekpunt voor zeiltochten naar Saint Lucia, Saint Vincent en de Grenadines. Vanuit Le Marin bereik je de Grenadines in één dag zeilen. Onze zeilvakantie Grenadines, Saint Lucia, Saint Vincent & Martinique vertrekt hier – een sterke combinatie met deze boutique rondreis: eerst het eiland over land, dan de eilanden over zee.
Ja. Naast deze boutique vakantie bieden wij de rondreis Martinique en Guadeloupe, de rondreis Guadeloupe, Dominica en Martinique, de rondreis Franse Antillen en de zeilvakantie Grenadines, Saint Lucia, Saint Vincent & Martinique.
